23.06.2008

Voedselcrisis : Financiële reuzen speculeren op honger

 

Alle redenen zijn goed om de prijsstijgingen van de basisproducten uit te leggen: demografische groei, klimaatopwarming, gewijzigde voedselpatronen... Alle, behalve de echte reden: de speculatie.

 Speculanten kopen en verkopen hun goederen meestal op de beurs. Dat kunnen beurzen zijn voor vastgoed, voedingsmiddelen, grondstoffen of financiële producten. De speculanten hopen dat de prijs van hun goederen zal stijgen om ze dan te verkopen met aanzienlijke winst. Speculeren gebeurt in verschillende economische sectoren. In het geval van de levensmiddelen gebeurt dat op de handelsbeurzen. De voornaamste beurs voor granen is die van Chicago. Een echt casino, waar de “trader” gokt op de toekomstige kostprijs van levensmiddelen. Door dat te doen verhogen de speculanten kunstmatig de vraag wat de prijzen de hoogte injaagt.

Hoe is het zover kunnen komen?

 De investeringsfondsen en de pensioenfondsen die ingevolge de beurscrisis op de aandelenmarkten geen winst meer konden boeken, hebben hun aandacht gericht op de markt van de zogenaamde vluchtwaarden: de grondstoffen en de landbouwproducten.  Na de beurscrisis van augustus hebben de aasgieren van de financiële wereld zich omgevormd tot uithongeraars. Twee financiële giganten, Goldman-Sachs en Marc Faber schreven in een bericht van 16 augustus 2007 dat de landbouwprijzen “attractief” waren en raadden al hun klanten aan te investeren in levensmiddelen. De speculatie schoot in gang. Op de tv-zender voor zakenlui Bloomberg verklaarde een van hen zelfs met een grenzeloos cynisme dat “ook al beleven we een recessie op wereldvlak, de voedingsmarkt blijft altijd buiten schot, want eten doen de mensen altijd”.

 En ook in België geeft Geert Naels van het bedrijf Petercam Equities Agrivalue sinds vorige zomer zijn grote klanten de raad zich op de voedselmarkt te richten. En op die van de voedselproductie tot en met de detailverkoop. Dus ook op de nutsbedrijven in die cyclus: bedrijven die stockeren, transporteren, verpakken en financieren. Dat soort investeringen controleert dus de hele voedselketen en kan dus de prijs bepalen tot eigen profijt ook al hongeren ze daarmee de werknemers uit.

Kapitalistisch systeem onder vuur

 Karl Marx merkte die fenomenen al op in de 19de eeuw, tijdens de grote landbouwcrisissen, toen talloze werkende mensen in Europa de hongerdood stierven. Het is dus eigen aan het kapitalistische systeem. Dergelijke praktijken moeten niet onderdoen voor die van speculanten-hamsteraars, want ook deze speculatie is manipulatie en is een van de oorzaken van het kunstmatig tekort. 

Wereldwijde prijsstijgingen wereldwijde opstanden

 

mexico

De prijsstijgingen, vooral van levensmiddelen, lokken al maanden zowat overal ter wereld protestacties uit.

 In Mexico werden begin 2007 verschillende opstanden tegen de prijs van de tortilla, basisbestanddeel van de Mexicaanse keuken, met geweld onderdrukt. Sinds de vrijhandelsakkoorden kende het land een massale exodus van boeren naar de stad. 30 % van hen ging failliet. Hun landbouwgewassen konden niet meer concurreren met de importproducten uit de Verenigde Staten. Mexico verspeelde zijn status van exportland voor dat van invoerland. Het verloor zijn voedselsoevereiniteit. 

 In Burkina-Faso veroorzaakte de levensduurte in februari 2008 een week lang opstanden in drie grote steden. De prijs van de basisproducten steeg met 65 procent. Die opstanden braken uit, vijftien dagen nadat de regering “doortastende” maatregelen had aangekondigd om de prijs van de basisgoederen te controleren. Die reactie was te verwachten, zo zegt Laurent Ouédraogo, secretaris generaal van het Nationaal Werkersverbond: “ Armoede wacht niet, de mensen zien de prijzen elke dag stijgen en weten niet meer wat aan te vangen. Het is alsof je lucifers bij een stuk katoen houdt, het kan alle momenten vuur vatten ”.

 In Ivoorkust was er op 31 maart 2008 in de hoofdstad Abidjan een betoging tegen de levensduurte. Ze werd met veel geweld onderdrukt. De betogers scandeerden: “ Wij hebben honger, maak een einde aan onze miserie” en ook “Het leven is te duur, jullie gaan ons vermoorden ”. De oproerpolitie antwoordde met traangasgranaten. Van sommige producten stegen de prijzen met 30 tot 60 procent in amper een week tijd. Ondanks de roep om hulp van de bevolking, heeft de regering geen enkele maatregel tegen de prijsstijgingen genomen.

 In Haïti hebben tal van uitgehongerde betogers tijdens betogingen tegen de voedselprijzen het presidentieel paleis in de hoofdstad Port-au-Prince bestormd. Die opstanden kostten minstens vier mensen het leven.

 In Jemen hebben kinderen een optocht gehouden om aandacht te vragen voor hun honger. Ander protest was er sinds begin dit jaar ook in Bolivia, Oezbekistan, Indonesië.

 Pakistan besliste in verschillende steden een voedselrantsoenering in te voeren. De regering legde ook een uitvoerverbod voor rijst op. De maatregelen stootten op veel protest van de bevolking.

 In Argentinië eisen burgercollectieven van de regering maatregelen tegen de prijsstijging van de basisproducten.

 En de impact laat zich ook stilaan gevoelen de rijke landen. Het duurdere graan veroorzaakte in Italië grote prijsstijgingen van brood en pasta.

 Consumentenverenigingen organiseerden er een staking van een dag, waardoor de pastaconsumptie op 13 september 2007 met 5 procent daalde. In Groot-Brittannië stijgt de broodprijs parallel met die van het graan. En behalve in Italië heeft de stakingsgolf ook huis gehouden in België, Frankrijk, Duitsland en Portugal. In de VS verdubbelde het aantal aan de armsten uitgedeelde voedselbonnen sinds begin januari.

Debat : Is uw koopkracht toegenomen?

 

Ee koopkracht van de Belgen is toegenomen. Dat zegt een studie van Philippe Defeyt (Ecolo). De meningen over deze studie zijn, om het zacht uit te drukken, enigszins verdeeld.

 Controversiële studie van Philippe Defeyt (Ecolo)

 In 1983 moest je 6.15 uur werken om een volle tank van veertig liter te betalen. In 2008, is dat nog maar 5 u 25. Onze koopkracht is dus gestegen, besluit Defeyt, na de publicatie van een studie die dezelfde vergelijking maakt voor zestien producten: brood, eieren, taart, boter, stookolie, enz.1

 Heeft u het dan gedroomd dat u het op het eind van de maand steeds moeilijker krijgt? De criteria die Defeyt kiest, zijn op ten minste drie punten twijfelachtig.

 Ten eerste baseert hij zich op de gemiddelde loonevolutie. Terwijl het gemiddelde geen betrouwbaar beeld geeft. Wanneer de baas van Fortis zichzelf een salaris van 4 miljoen euro toebedeelt, doet dat het gemiddelde inkomen stijgen, terwijl die stijging op geen enkele manier het inkomen van de meerderheid van de bevolking weergeeft. De statistieken tonen aan dat de inkomensongelijkheid de voorbije jaren steeds is blijven toenemen.

 Daarenboven brengt hij enkel de lonen in rekening en niet de sociale uitkeringen, die achterlopen op de lonen. Bizar voor een economist die tegelijk ook voorzitter is van het OCMW van Namen.

 Ten tweede is er de keuze van de jaartallen. Defeyt vergelijkt 2008 met 1983 en 1988. Terwijl de bevolking voornamelijk een daling van de koopkracht ervaart sinds de invoering van de euro in 2002. Waarom dan op arbitraire wijze teruggrijpen naar 1983?

 In zijn studie lezen we dat je om een stookolietank van duizend liter te vullen in 1983 73 uur moest werken en in 2008 72 uur, maar slechts ... 31 uur in 1988. Daarenboven constateert Defeyt in een andere studie “ een tendensiële quasi-stagnatie van de koopkracht per consumptie-eenheid tussen 2000 en 2006 ”.

 Ten derde, is er de productkeuze. Buiten de prijzen van benzine en stookolie, kiest Defeyt enkel voedingsproducten. De OCMW-voorzitter interesseert zich niet voor de huurprijzen bijvoorbeeld. Evenmin voor de prijzen van gas en elektriciteit (logisch aangezien hij een bekende tegenstander is van de verlaging van de btw op die producten). Noch voor de gezondheidszorgen. Noch voor de schoolkosten...

 We  vragen ons echt af waar Defeyt naartoe wil. Aantonen dat we in deze stoute consumptiemaatschappij te veel gebruik maken van onze gsm en airconditioning? Nochtans telt ons ontwikkelde kapitalistisch land in de 21e eeuw steeds meer mensen die zich in de schulden moeten steken om in hun noodzakelijke behoeften te voorzien. Vergis u niet van strijd…1  Instituut voor duurzame ontwikkeling, www.iddweb.eu.

Stroom van een speciale soort

 

tva st lambert

Op de Luikse place St-Lambert huldigde de PVDA een speciale elektriciteitspyloon in. Eén die maar aan 6 % wordt belast.

 Onder het toeziend oog van een dertigtal PVDA-leden en de pers knipte PVDA-woordvoerder Raoul Hedebouw op 5 juni het lint door rond een pyloon die zeer speciale elektriciteit levert. Onder een golf van applaus verklaarde hij: “Behalve dat deze pyloon 100% ecologisch, van puur hout is gemaakt, heeft hij nog een andere eigenschap. Hij levert een apart soort stroom. Een beetje zoals de Canada Dry. Stroom zoals u die thuis hebt, maar het is niet de stroom die u thuis hebt, want op de stroom van deze pyloon wordt 6 % en geen 21 % btw geheven.”

 Als reactie op de desinteresse van de politieke klasse herinnerde Hedebouw aan een eis van de PVDA inzake koopkracht: de btw op energie laten dalen van 21 naar 6 %. De aankondiging dat er onder de PVDA-petitie voor een daling van de btw intussen meer dan 90.000 handtekeningen staan, werd bijzonder goed onthaald door het publiek en vormt een serieuze motivatie voor het vervolg.

 Hedebouw benadrukte ook “de noodzaak om de werkende mensen te mobiliseren”, en nodigde de Luikse bevolking uit de vakbondsmanifestatie van 9 juni om 10 uur te komen versterken. Nadia Moscufo, PVDA-gemeenteraadslid in Herstal, verheugde zich erover dat aan de vooravond van een syndicale actieweek voor meer koopkracht de vakbonden dezelfde eis verdedigen

 De weerklank van deze symbolische actie van PVDA-Luik in de media zou de werkende mensen van Luik moeten aanmoedigen zich samen achter de verschillende acties te scharen die bedoeld zijn om de koopkracht te verhogen in deze bijzonder moeilijke tijden.